Toelichting
Bij biofermentatie worden micro-organismen (zoals bacteriën, gisten of schimmels) ingezet om bepaalde stoffen te produceren, zoals melkzuur, enzymen, aminozuren, vitamines of andere biobased producten. Na het fermentatieproces blijft er een reststroom over, die niet het gewenste eindproduct bevat, maar wel waardevolle biologische componenten.
Deze reststromen kunnen variëren in samenstelling, afhankelijk van:
-
Het gebruikte micro-organisme
-
De voedingsbodem (bijv. suikers, peptiden, mineralen)
-
De duur en aard van de fermentatie
-
De afscheidingstechniek die is toegepast
Voorbeelden van biofermentatie-reststromen
-
Restfracties van melkzuurbacteriën uit yoghurt- of zuurselproductie
-
Celmassa van gisten na productie van ethanol of enzymen
-
Niet-gerecupereerde voedingsstoffen (zoals onbenutte suikers)
-
Nevenproducten zoals organische zuren, CO₂ of alcohol
Mogelijke toepassingen
Hoewel het eindproduct van fermentatie het primaire doel is, kunnen de reststromen op verschillende manieren worden benut:
-
Diervoeder: als eiwitrijke of vezelrijke grondstof
-
Meststoffen of bodemverbeteraars: via vergisting of compostering
-
Biogasproductie: door vergisting van organisch materiaal
-
Herwinning van waardevolle componenten (zoals peptiden of zuren)
-
Cosmetica of farmacie: in sommige gevallen bruikbaar als functioneel ingrediënt
Duurzaamheid en circulariteit
Het benutten van biofermentatie-reststromen draagt bij aan:
-
Afvalvermindering binnen fermentatieprocessen
-
Efficiënt gebruik van grondstoffen
-
Circulaire economie binnen de voedings- en biotechnologiesector
-
Verlaging van milieubelasting en kosten voor afvalverwerking